![]() |
|
||||||
|
Larochette, Luxemburg, 8 - 10 november 2000. Wat is duurzame ontwikkeling? Als je dit begrip als zoek-item op internet hanteert, weet je niet wat je tegen komt. Ik kwam uit bij een zoekmachine, die 49.697 pagina‘s selecteerde op 15.853 sites, die iets met duurzame ontwikkeling te maken hadden! Eerste conclusie is dus direct: er zitten vele aspecten aan duurzame ontwikkeling. Tweede conclusie: je komt niet zonder kleerscheuren door die 15.853 sites heen. Ik heb er maar een fractie van gezien. Desondanks kostte me dat een gehele middag. Maar toch... ik ben veel te weten gekomen. Is er een definitie van duurzame ontwikkeling te geven? In 1987 werd het denkbeeld (sustainable development) gelanceerd door de Commissie Leefmilieu en Ontwikkeling van de Verenigde Naties, toen onder voorzitterschap van Mw. Brundtland, voormalig premier van Noorwegen. Tijdens de Top van de VN in Rio de Janeiro in 1992 werd het als volgt omschreven: Een ontwikkeling, die voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder de behoeften van de toekomstige generaties in gevaar te brengen Ik vond ook nog een eenvoudiger definitie: Het zekerstellen van een leefbare wereld voor de volgende generaties Dat is niet eenvoudig. Aan het begin van de vorige eeuw liepen er op onze planeet zo‘n 1,6 miljoen mensen rond. Nu, slechts 100 jaar later, zijn dat er 6 miljard. En die groei gaat in razende vaart verder. En wij nu en zij straks moeten het doen met de aanwezige voorraden. Er komen in principe geen nieuwe voorraden bij! Hulpbronnen, zijn bijna allemaal onvervangbaar. Alleen zonne-energie (en de daarvan afgeleide energiebronnen, zoals windkracht en waterkracht) kan onbeperkt worden benut. Bovendien kan je nog debatteren over de vraag, wat de normen voor "leefbaarheid" zouden moeten zijn. In ieder geval is er één ding duidelijk: de toekomstige generaties hebben een fundamenteel recht om in een aantal basisbehoeften te kunnen voorzien: voeding, huisvesting, energiegebruik, gezondheid, etc. Deze zaken beslaan dus vele domeinen: niet alleen op het gebied van milieu in engere zin. Vandaar, dat ik op internet vele zaken tegen kwam, als het ging om duurzaamheid: klimaatverandering, duurzaam bouwen, duurzaam ondernemen, duurzame energie, mobiliteit, normen en waarden, opvoeding, ecomarkten, eerlijke verdeling, strijd tegen armoede, gezondheid, hergebruik, duurzame landbouw, ekokeurmerk, milieukeur, de groene school, duurzaam toerisme, duurzaam produceren, eco-efficiëntie (minimaliseren van de milieu-impact), duurzame gebruiksartikelen, milieu, natuur, enz. Duurzame ontwikkeling is dus heel complex. Het betreft eigenlijk alles in onze samenleving en nauwelijks iets specifieks. Het is dus misschien wel niets bijzonders... .Bovendien bestaat er de neiging om van alles maar onder duurzame ontwikkeling te rangschikken. Zó denk je met duurzame ontwikkeling een bruikbaar begrip te hebben ontwikkeld en zó raak je die op deze manier weer kwijt... . Maar wat moeten we er dan mee? Laten we proberen op zoek te gaan naar de kern, iets tastbaars. Iets waar wij, met het oog op ons onderwerp voor de komende dagen, iets aan hebben. Duurzame ontwikkeling veronderstelt een bepaald sociaal handelen. Het element zorg is hierbij een essentieel punt: zorg voor de huidige generatie (dus ook voor jezelf), zorg voor de toekomstige generaties en zorg voor de wereld, de omgeving, waarin we leven. Er is dus een sociaal, maatschappelijk belang. Christiaan de Vries, directeur van het wetenschappelijk bureau van D‘66, schrijft in zijn essay "Herwonnen vrijheid, de sociale dimensie van duurzame ontwikkeling": "De betekenis van het duurzaamheidsbegrip verwijst in de eerste plaats naar de noodzaak tot het behoud van het ecologisch verband der dingen". Hij noemt het ecologisch verband der dingen de voorwaarde van ons bestaan. Hij schrijft verder: "De verhouding mens - natuur is vermaatschappelijkt, verbureaucratiseerd. Allereerst is er de wijze, waarop wij de effecten ondergaan van de toestand, waarin onze omgeving als milieu zich bevindt. Denk aan de visuele vervuiling van de open ruimte, het lawaai van de snelweg of aanvliegroutes van luchthavens, altijd lawaai van iets, chaos in de tomeloze hoeveelheid van verbindingen, wegen, spoor, elektriciteitskabels, etc. Permanente onrust op macro- en meso-niveau. Maar ook op het micro-niveau van ons lichaam: uitlaatgassen, energiegolven, het binnenkrijgen van smaak- en geur/kleurstoffen, conserveringsmiddelen. We moeten dat allemaal normaal vinden. Bestrijdingsmiddelen in de groente en het fruit. De ellende met het rund- en varkensvlees. Ook aan de kip een verdacht geurtje. Wat wordt er allemaal in het veevoeder verwerkt? De genetische manipulatie. Het Ministerie zegt: "de hoeveelheid dioxine komt niet boven de gestelde norm uit" of "het verwerkte afval van kadavers en rioolslib in veevoeder is niet schadelijk, omdat het voldoende verhit was". Het zijn voorbeelden van een verbureaucratiseerde verhouding tot de wereld, ons leefmilieu, de natuur. Alles is verklaarbaar via vastgestelde technische normen en bureaucratische regels, die als het noodzakelijk wordt geacht, weer worden bijgesteld. Het is iets technisch geworden. Eén van de effecten daarvan is, dat b.v. natuur- en milieuproblemen gereduceerd worden tot iets schijnbaar beheersbaars. Korter door de bocht: we hebben alles in de hand, we hebben immers normen en die vormen de grenzen van het toelaatbare en zolang we daar maar binnen blijven is er niets aan de hand. Wat is er eigenlijk aan de hand? Waarover maken we ons nog druk?? Dit alles bevordert bepaald niet de drang tot veranderen. Immers, alles wordt geregeld ... .We bedenken voor een schijnbaar technisch probleem weer een technische oplossing. Teveel energieverbruik? We maken energiezuinige lampen en super hoogrendements-ketels. We isoleren onze huizen. Maar intussen vliegen we naar allerlei bestemmingen in de wereld. Eén zo‘n reisje naar Griekenland en je hebt de hoeveelheid energie van een héél jaar je huis verwarmen de lucht in geslingerd ... .Ons oplossend handelen (voor zover we dat nog doen tenminste) staat ver af van de werkelijke realiteit en van onze werkelijke relatie tot de ecologische verbanden. Wij zijn de directe verhouding, de directe relatie mens - natuur kwijt. Welk beeld heeft een kind van de natuur en zijn relatie daartoe? Vraag een kind, waar de melk vandaan komt en de kans is groot, dat het zegt: "Uit de supermarkt" of "Uit de melkfabriek". Dat is niet dom van dat kind ... . Dat is de realiteit van dat kind. Dat er een relatie ligt naar natuur, die koe, leren veel kinderen uit de 2e hand. Cognitief weten ze het misschien wel. Maar die kennis is voor dat kind niet betekenisvol: er ligt geen eigen ervaring achter. Het affectieve leren/ervaren uit de eerste (= eigen hand) ontbrak. Hier is duurzame ontwikkeling: het in stand houden van de voorwaarden, die de relatie mens - natuur bevorderen. Hierdoor kunnen we de natuurbeelden uit de eerste hand opdoen/ervaren. Leren voor duurzaamheid Met het voorgaande komen we op "leren voor duurzaamheid". Het woord leren verwijst naar het ontwikkelen van mensen, naar leerprocessen, naar educatieve aspecten. Algemeen gezegd is leren voor duurzaamheid: het leren zekerstellen van een leefbare wereld voor de volgende generatie(s). Maar hoe maken we dat concreet? We hebben geconstateerd, dat het bij duurzame ontwikkeling gaat om een sociaal maatschappelijk proces en dat het daarbij in beginsel gaat om zorg. Zorg voor de huidige generatie, de toekomstige generaties en de wereld, waarop we leven. Ook hebben we geconstateerd, dat natuurbeelden uit de eerste hand belangrijk zijn om de directe relatie mens-natuur te ontdekken. Het handelen naar die relatie zet duurzame ontwikkeling op gang. Die drie dingen werk ik nu uit:
ad 1. Natuurbeelden uit de eerste hand
Door natuurbeelden uit de eerste hand te krijgen, wordt de ecologische samenhang der dingen duidelijk. Voor jongere kinderen is dat verband op zich te ingewikkeld. Daarmee moeten ze niet bezig gehouden worden. Ze bij hen bovendien direct in verband brengen met milieuproblematiek werkt bovendien contra-productief. Zodra kinderen/mensen er verstandelijk en geestelijk rijp voor zijn, hebben ze met de opgedane betekenisvolle natuurbeelden een positieve basis voor de problemen. Dus niet starten met een negatieve probleem-benadering. Dit doemdenken uit de 70er en 80er jaren is uit de tijd. Deze benadering heeft gevoelens van onzekerheid en angst opgeroepen. Voor kinderen in een opvoedingsproces is dat funest. En bij volwassenen leidt het tot apathie. De Engelse publicist David Attenborough schreef eens: "Amusement zonder opvoeding is stompzinnig en informatie zonder amusement krijgt geen publiek. Je moet zoeken naar het perfecte amalgaam tussen die twee. Educatie is amusement." Prof. Magadant schrijft in haar boek "Natuur in kinderhanden" over natuurwaarden. De belangrijkste natuurwaarde voor kinderen noemt zij de uitnodigende natuur. In een natuurlijke omgeving kun je boompje klimmen, hutten bouwen, slootje springen, bloemen plukken, van alles verzamelen; hollen, verstoppertje spelen. Kortom, spelen! Natuur nodigt uit tot dingen willen weten. Je ziet er mooie en interessante dingen, je kunt je er ontspannen. Je doet ervaringen op uit de eerste hand, zelf en dus betekenisvol, waardoor je een zelf beleefde relatie met je natuurlijke omgeving opbouwt. Maar voor volwassenen gaan deze dingen net zo goed op. Vooral bij volwassenen is belangrijk, dat duidelijk wordt wat de relatie tot jezelf is. Volwassenen hebben de neiging om zichzelf, als mens, als een geisoleerd gegeven/verschijnsel te zien binnen natuurbeelden. Volwassenen moeten hun eigen belang gaan zien als het uiteindelijk gaat om het oplossen van milieuproblematieken en het kiezen voor duurzaam handelen. Ik vind, dat de tijd rijp is voor de zelfbeleefde relatie met de natuur. De tendens wordt steeds meer die van natuur-leven. Denk aan de tijdschriften (Seasons, Buitenleven, enz.), vakanties in bungalowparken in de natuur (greenparcs, etc.), ontwikkeling van nieuwe natuur met wandelroutes, fietsroutes, etc. Ook de commercie haakt hierop in. Hoe je er verder ook over mag denken, de "markt" ontwikkelt zich in deze richting. ad 2. Zorg In de pedagogiek/educatie is het "zorgen voor" een zeer belangrijk item. De sociale ontwikkeling wordt er door gestimuleerd: je bent voor anderen bezig. Het ontwikkelt zelfvertrouwen. Het ontwikkelt ook verantwoordelijkheidsgevoel. Zeer belangrijk bij duurzame ontwikkeling. "Zorgen voor" zet ook aan tot activiteiten, je doet iets. Het biedt handelingsperspectieven. In ons geval is het tevens een belangrijk punt bij het ontdekken, dat het ook om jezelf gaat; zorg voor jezelf. ad 3. Handelen Leren zonder handelingsperspectieven is zinloos; leidt tot niets. Je moet iets kunnen doen. We zagen dat ook al bij "zorg". En het "doen" moet dicht bij huis liggen, als het kan in het leven van alledag. Dat betekent, dat aan leer- en ervaringssituaties handelingsperspectieven gekoppeld moeten zijn. Voorbeeld: als men mensen leren wil om afval te scheiden, dan moeten er ook scheidingscontainers zijn, dicht in de buurt, zo gemakkelijk mogelijk. Denk niet, dat mensen direct van alles ondernemen om gewenste handelingen te verrichten, ook als de informatie goed is overgekomen. Welnu, waar kunnen natuurbeelden uit de eerste hand beter opgedaan worden dan op boerderijen? Zeker als ze daarop zijn ingericht en bedoeld? De omgeving kan op een natuurlijke, uitnodigende wijze ingericht worden. Kinderen kunnen er spelen, ontdekken. Basale, natuurlijke speelmogelijkheid voor kinderen, gekoppeld aan zo‘n boerderij vormen een ideale voorziening. Ook zijn er handelingsperspectieven voor handen. Denk bijvoorbeeld aan het kiezen voor biologische voedingsmiddelen. Bezoekers kunnen ze ter plekke proeven, kopen en gewezen worden op verkooppunten in hun eigen directe omgeving. En dan de zorg: het "zorgen voor" staat toch centraal op een boerderij? Duurzame ontwikkeling en natuur en milieu educatie Nme is als vanzelf al aan bod gekomen in het voorgaande. Dat is niet verwonderlijk. Is leren voor duurzaamheid dan Nme? Neen, dat zou een verenging van zaken zijn. Er is al aan het begin geconstateerd, dat duurzaamheid een scala van aspecten kent. Nme is een onderdeel van leren voor duurzaamheid. Het gaat immers om een breed maatschappelijk leren: sociaal, economisch en ecologisch. Maar ik durf wel te stellen: zonder Nme geen leren voor duurzaamheid! Geen enkele organisatie kan zich met alle drie bovengenoemde aspecten (sociaal, economisch, ecologisch) bezighouden. Dat betekent samenwerken. Netwerken. Ieder kan er een stukje van doen. Het Nme-werkveld kan zich dan afvragen: waarin herkennen wij ons het meest? Waar liggen onze kernkwaliteiten? En: kunnen wij in dat kader educatie-activiteiten organiseren? En om het breder te leggen: met welke organisaties (nme en niet-nme) kan daarbij worden samengewerkt? NME staat hier voor: het leveren van een bijdrage aan het ontwikkelen van competenties bij mensen om tot een duurzame ontwikkeling te komen. Wat is het wezenlijke van Natuur en milieu-educatie? Uit al het voorgaande blijkt, dat Nme in de eerste plaats een benaderingsstrategie is in het kader van structurele maatschappelijke vraagstukken. Het is dus een maatschappelijke activiteit. Het gaat er om mensen ecologisch te leren denken (ecologische basisvorming: hoe werkt de natuur?), maatschappelijk te leren denken (hoe werkt de maatschappij?) en de relatie tussen die twee te laten zien (hoe pas ik toe?). Nme-activiteiten kunnen mensen helpen een aantal vuistregels te leren kennen, die ze kunnen gebruiken bij hun eigen meningsvorming en hun eigen handelen. Dan kunnen mensen in hun verschillende rollen (als ouder, werknemer, opvoeder, consument, etc.) tot zelfstandige keuzes komen ten aanzien van hun persoonlijk handelen. Dan is het hun eigen gedrag op basis van eigen maatschappelijke doelstellingen. Niet van bovenaf opgelegd. Niet top-down, maar bottom-up. Dan pas is het handelen blijvend en effectief. Het gaat om langdurige en longitudinale processen en activiteiten. Nme overstijgt hier het niveau van de concrete natuur- en milieuvraagstukken en beleidsmaatregelen van de overheid. Kan Nme dan geen instrument voor draagvlak voor overheidsbeleid zijn? De draagvlakbenadering ruikt naar een top-down benadering en dat kan Nme niet zijn, afgaande op het zojuist gestelde. Maar het het bereiken van vastgestelde beleidsdoelstellingen is toch niet haalbaar zonder de bevolking? Dat klopt, maar we dienen dat dan te benaderen vanuit de bottom-up benadering. Immers, mensen, die ecologisch/maatschappelijk zijn gaan denken, zullen eerder bereid zijn om beleidsdoelstellingen van de overheden gedragsmatig te ondersteunen en er voor willen kiezen. Daarom is NME, ook vanuit de maatschappelijke educatieve basisvorming benaderd, wel degelijk één van de sleutels voor het bereiken van duurzaamheidsdoelstellingen van overheden. Maar... zulke burgers zullen ook kritisch staan tegenover overheidsbesluiten en -doelstellingen en als "luis in de pels" of als "kritisch geweten" van de overheid fungeren. Daarvoor mag de overheid niet bang zijn, want zulke burgers zijn nodig om een echte dialoog tussen overheid en bevolking tot stand te kunnen brengen. Dan wordt het beleid gedragen. Het Nme-veld kan hierbij desgewenst als directe intermediair een rol vervullen: partiperende beleidsvorming. We kunnen niet alléén meer bouwen op de educatieve lange termijnprocessen. De tijd dringt, de druk op de leefomgeving neemt toe. Dat betekent: ook denken aan de kortere termijn processen. En ook hier is een gunstige tendens waarnneembaar. Mensen willen gezonder en beter leven, de belangstelling ervoor neemt toe. De bereidheid om daar iets voor over te hebben neemt ook enigszins toe. Het is dezelfde tendens als de hiervoor genoemde van natuur-leven. Maar men wil dat niet primair vanuit regelgeving, men wil er zelf voor kunnen kiezen. Dat pleit ook hier voor een benadering vanuit het keuzes-kunnen-maken, vanuit een ik-begrijp-waarom. Waarbij het zetten van informatieve druk op de doelgroepen een middel is om haast te maken met het kiezen. Maar... keuzes moeten uitgevoerd kunnen worden. Producenten zullen economische belangen moeten zien. Daarom heeft duurzaamheid en "leren voor duurzaamheid" ook een economische kant. Het is niet los van elkaar te zien. Alles grijpt in elkaar. In zijn algemeenheid wint Nme aan waarde voor overheden als de Nme-instellingen relaties leggen en zelfs aansluiten op de concrete thematiek van overheidsplannen en -beleid over b.v. bodem, water, groen, energie- en watergebruik, consumentengedrag, landschapsinrichting, landbouw, etc. Niet dus door over te brengen, wat er in die overheidsnota‘s staat en wat die overheden besloten hebben; daarvoor dienen deze zelf een communicatieapparaat te hebben. Maar door er voor te zorgen dat die thematiek in zijn algemeenheid een plek heeft/krijgt in de educatieprogramma‘s en -activiteiten zoals zojuist omschreven. En dat ook duidelijk en helder kenbaar te maken. Elke Nme-instelling kiest dan voor dié thema‘s, die passen bij haar eigen kernkwaliteiten. Naast Nme als maatschappelijke benaderingsstrategie (de eigenlijke educatieve invalshoek) is Nme hier dan ook een degelijk instrument in de lijn naast regelgeving, handhaving, etc. Zo is Nme ook politiek te verankeren èn door de politici te verantwoorden! Essentieel bij de educatie-activiteiten is hierbij altijd:
Kortom, sluiten uitwerkingen van de activiteiten aan bij de realiteit van de doelgroep op de dag van vandaag? Dit is een essentieel punt bij leerprocessen, zowel bij algemene doelgroepen als bij de politiek als doelgroep. Tenslotte De relatie naar educatieve boerderijen Daarover heb ik al iets aangestipt. Zonder daarop nu diep in te gaan (dat doen de volgende sprekers), toch een paar vingerwijzingen.
En denk aan David Attenborough: Maak amusement! Het bezoek aan de educatieve boerderij moet een feestje zijn, behangen met fijne en interessante ervaringen ... . Geraadpleegde literatuur: Margadant, van Kempen, Natuur in kinderhanden, bevordering en integratie van natuurbeleving in het basisonderwijs, SLO - Enschede, 1991. Zwiers, e.a., Weg van duurzame ontwikkeling, een voorontwerp voor een raamleerplan duurzame ontwikkeling, Den Haag, 2000 (concept). De Vos, Beleidsplan Centrum voor Natuur- en Milieu Educatie 2000-2002, Arnhem, 2000 (concept).
De Vries, Herwonnen vrijheid, over de sociale dimensie van duurzame ontwikkeling, publicatiereeks Milieustrategie, Ministerie van VROM, mei 2000.
Fedichem (Federatie van de Chemische Industrie van Belgie), De chemie... ondersteunt duurzame ontwikkeling, website versie oktober 2000.
DOOR (Digitale Onderwijs Ontwerp Ruimte), Criteria voor natuur- en milieu-educatie, versie oktober 2000.
FroNet, Duurzaamheid en Lokale Agenda 21, augustus 2000.
Telos, Brabants Centrum voor Duurzaamheidsvraagstukken, Wat is duurzaamheid? Simons, Het Goede Leven, een nieuwe benadering voor leren voor duurzaamheid, IVN Consulentschap Natuur- en Milieu Educatie Limburg, mei 2000
|