home
European Federation of City Farms
Het twaalfde European City Farms congres in Rotterdam

Van 29 mei t/m 2 juni j.l. vond in Rotterdam het twaalfde Europese kinderboerderijcongres plaats. Het was de derde keer dat dit congres in Nederland georganiseerd werd (in 1987 in Den Haag en in 1995 in Maastricht). De organisatie lag bij Sport en Recreatie van de Gemeente Rotterdam in samenwerking met de European Federation of City Farms (EFCF) en de Stichting Kinderboerderijen Nederland (SKBN). Vijftig deelnemers, van beheerder tot beleidsmedewerker uit België, Duitsland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Groot- Brittannië, Spanje, Zwitserland en Nederland woonden het congres bij. Het congres had eigenlijk in september vorig jaar moeten plaatsvinden, maar werd vanwege de Mond-en Klauwzeercrisis uitgesteld.

Het thema was: ‘Farming the city, a practical way to learn about sustainablitity’. Leren voor Duurzaamheid liep dan ook als een rode draad door het vijfdaagse congres. Roel van Raay, stafmedewerker bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, hield een aansprekend verhaal over programma’s als ‘Leren voor Duurzaamheid’ en de kansen die hier liggen voor het kinderboerderijwerk. Hij gaf o.a. aan dat een kinderboerderij nog te veel enkel als een ‘leuk plekje met dieren’ gezien wordt i.p.v. als ook een interessant laagdrempelig middel om de duurzaamheidsgedachte naar de burger uit te dragen. De papieren versie van zijn lezing vond gretig aftrek bij de toehoorders.

De Rotterdamse wethouder Nico Janssens liet zich in zijn welkomswoorden vol trots uit over de educatieve en recreatieve waarde van ‘zijn’ kinderboerderijen. Zo zal kinderboerderij De Bokkesprong, die wellicht plaats moet maken voor de verbreding van een weg, zeker niet opgeheven worden, maar met 4800 m2 weiland op het dak van de metro achter de huidige boerderij gecompenseerd worden. Een andere optie is verplaatsing van de boerderij naar de Vierhavenstrip, binnen een nieuw aan te leggen park bovenop een bedrijvenpark.

In de toespraken kwamen ook andere thema’s aan bod. Theo Meyer, Tweede Kamerlid en vlagvoorzitter van de SKBN, gaf uitleg over de voorgenomen certificering van kinderboerderijen en de plannen tot professionalisering van de SKBN op het gebied van voorlichting, educatie en communicatie. Een en ander bracht tijdens het congres een aantal discussies op gang. Ieder land is op eigen manier bezig met en doordrongen van de noodzaak van hygiene-maatregelen. Wat professionalisering van overkoepelende organisaties betreft loopt vooral Groot-Brittannië voorop. De National Federation of City Farms and Community Gardens beschikt over een prachtig, duurzaam gebouwd hoofdkantoor in Bristol. Behalve de directeur en medewerkers op het hoofdkantoor zijn er in de regio’s consulenten werkzaam. De Britse federatie is er in geslaagd prins Charles te strikken als beschermheer en dat heeft wel wat deuren geopend. Het is de Federatie o.a. gelukt een fiks bedrag in te zamelen voor de door de Mond- en Klauwzeercrisis gedupeerde Britse kinderboerderijen.

Marc de Staercke, voorzitter van de EFCF, ging in op het belang van de samenwerking tussen kinderboerderijprojecten in Europa en ver daarbuiten zoals Australië, Canada, Japan, India en de Verenigde Staten. Hoe verschillend al die projecten ook mogen zijn, duurzaamheid is een van de bindende factoren van het netwerk en van de samenwerking. Hoe langer hoe meer landen zien bijvoorbeeld het belang van duurzame landbouw. Het kinderboerderijwerk kan overal een sleutelrol spelen bij deze ontwikkelingen, vooral daar waar die de relatie tussen mens, landbouw en natuur betreft.

De directeur van Sport en Recreatie, Gerard Reussink, zette o.a. uiteen hoe zijn afdeling in elkaar zit. De Rotterdamse kinderboerderijen, de centra voor Natuur- en Milieu-educatie, de Educatieve Tuinen, de Cultuurhistorische plantentuin en de Botanische Tuin vallen onder de verantwoordelijkheid van Sport en Recreatie van de Gemeente Rotterdam. Rotterdam heeft zeven kinderboerderijen, verspreid over de hele stad. Samen trekken ze zeven dagen per week een miljoen bezoekers per jaar. De acht centra voor natuur-en milieueducatie verzorgen hoofdzakelijk activiteiten voor leerlingen uit het basisonderwijs. Er worden ook activiteiten georganiseerd voor voortgezet onderwijs en algemeen publiek. Op de Educatieve Tuinen wordt van mei tot en met eind oktober op ecologische basis getuinierd door verschillende doelgroepen, van leerlingen van het basisonderwijs tot senioren. Op een aantal plekken bevinden zich de kinderboerderij, het CNME en de Educatieve tuin op één locatie. Een ideale situatie om samenwerking in praktijk te brengen.

Het bezoek aan Diergaarde Blijdorp omvatte o.a. een lezing door Robert van Herik, hoofd Educatieve dienst van Blijdorp, die in de Haaienzaal uiteenzette hoe het werk in een dierentuin in zo’n tweehonderd jaar tijd aan verandering onderhevig is geweest. De huisvesting veranderde van ‘collecties dieren’ in overzichtelijke kooien en hokken naar huisvesting van dieren in hun eigen biotoop. Ook de omgang met dieren is veranderd: wild moet wild blijven, dus bijvoorbeeld geen aangeklede apen meer die als publiekstrekker aan tafel eten. De in de beginjaren zeer beperkte educatie d.m.v. infoborden, gemaakt door ‘zonderlingen’ binnen de dienst ontwikkelde zich als onmisbaar middel om de doelstellingen van de diergaarde over te brengen: natuurbehoud, doordachte fokprogramma’s en reintegratie van dieren in de natuur. De duurzaamheidsgedachte krijgt in alle facetten van het bedrijf aandacht: van de inrichting van de biotopen tot en met het werk aan de kassa’s. De deelnemers aan het congres kregen na de lezing een interessante rondleiding achter de schermen van het Oceaneum.

Sport en Recreatie van de gemeente Rotterdam had het prima voor elkaar: een zeer afwisselend programma op kinderboerderijen, educatieve centra en tuinen. In het stadhuis stond een kunstkoe in de hal en had ook het spreekgestoelte een hoog ‘boerderij-gehalte’: aangekleed met een kruiwagen en strobalen. Een blind EFCFpaard kon bij wijze van spreken de weg vinden, alhoewel Sjakel van Wesemael, hoofd bureau Natuurrecreatie, de deelnemers vervolgens welkom heette in ‘the city of Amsterdam’. Maar ach, als je daar zo lang gewerkt hebt, wordt zo’n verspreking door de vingers gezien. Ze maakte het bij de Rotterdamse medewerkers wel weer goed door de echte ‘die-hards’ een grafplekje of een standbeeld op de eigen boerderij in het vooruitzicht te stellen.

Het congresprogramma was zo ingedeeld dat de deelnemers niet alle boerderijen, centra en tuinen bezochten, maar wel alle elementen ervan in hun programma terugvonden. Dat maakte het tot een zeer ontspannen congres, waar alle tijd was om met elkaar van gedachten te wisselen en ideeën op te doen. Deelnemers waren ook bijzonder geinteresseerd in de activiteiten die door samenwerking gerealiseerd kunnen worden: de inrichting en de werkwijze bij de tuinen en de mogelijkheden tot natuurbeleving in het algemeen. Earth Education bijvoorbeeld, bij het centrum voor Natuur-en Milieu-educatie Kralingen, waar deelnemers een natuurpad aan den lijve hebben ondervonden. Iedereen was daarbij weer even kind en dat beviel prima! De activiteiten van de Eko-kids op kinderboerderij De Kooi werden met veel belangstelling bekeken. De kinderen lieten zien hoe een kleine diertjestoren gebouwd wordt. De Cultuurhistorische plantentuin en de Botanische tuin oogstten eveneens veel bewondering.

De deelnemers hebben een heel goed beeld gekregen van de mogelijkheden van kinderboerderijwerk in de grote stad. Daarnaast hebben ze ook letterlijk en figuurlijk kunnen proeven van de Nederlandse cultuur: o.a. een tandemfietstocht, Hollandse Nieuwe, zuurkoolstamppot met gehaktballen en rookworst en een pannenkoekenboottocht door de haven. Iedereen was vol lof over de organisatie en men liet dat ook nog eens uitgebreid op het afscheidsfeest weten op de ‘wallpaper’: ‘Rotterdam, it was really great, thank you!’

Volgend jaar vindt het Europees congres plaats in Groot Brittannië, in Londen of Sheffield. In 2004 zal Noorwegen het congres verzorgen. Het in 2003 geplande congres in Portugal is uitgesteld en zal waarschijnlijk plaatsvinden in 2005.

Het voert te ver om het hele congresprogramma in beeld te brengen. Twee Nederlandse deelnemers hebben hun indrukken voor het Infobulletin op papier gezet:

"De bus zette ons af bij het weggetje dat naar de Wilgenhof liep. Tijdens het wandelingetje naar de boerderij kregen we al een goede eerste indruk van de boerderij: een keurig verzorgd weiland met oud- Hollandse veerassen en daar achter het bebouwde deel wat bestond uit stallen, hokken, schuurtjes en wagens. Dit alles rijkelijk voorzien van informatiemateriaal. Maar we moesten onze nieuwsgierigheid nog even bedwingen, want we werden eerst gastvrij met koffie en cake ontvangen in het educatieve gedeelte. Er werd over de boerderij verteld en daarna konden we een boerderijles bijwonen van een internationale school. Zo kreeg iedereen die geen Nederlands verstond een goed beeld hoe zo’n les in zijn werk ging. Pas toen de kindertjes hun klompen aan hadden en hun boerenzakdoek om hadden, mochten wij ze volgen richting boerderij. De kinderen gingen gelijk met veel enthousiasme aan het werk en wij kregen de gelegenheid de boerderij eens goed te bekijken. De eerste indruk had inderdaad een goed beeld gegeven: er was een grote variëteit aan oud-Hollandse rassen op de boerderij. Voor een aantal rassen is de boerderij zelfs een erkend fokcentrum. Mooie voorlichtingsborden gaven volop informatie over al deze dieren. Wat ook opviel op deze boerderij was de aandacht voor de hygiënecode: gelegenheid om je handen te wassen op een centrale plaats met goede informatie erbij. Een goed voorbeeld voor andere boerderijen die met de hygiënecode aan de slag willen! Na dit bezoek gingen we weer terug naar het leslokaal waar we een schitterende diapresentatie kregen van de projectleider CNME de Wilgenhof, Frans Advokaat, over paddestoelen. Het leslokaal was ook helemaal ingericht voor een paddestoelenles, wat de presentatie nog versterkte. Er was veel werk verricht om iedereen een goed beeld te geven wat het kinderboerderijenwerk en natuur en milieu educatie inhouden.

Het dierenlandje in Delfshaven

Midden tussen de huizen op een plaats waar je zo voorbij zou lopen ligt het dierenweitje: een weiland met een stalletje voor de schapen en geiten met daarnaast een schitterende Finse bungalow omgebouwd tot stal. Het project is speciaal voor de buurtbewoners. In de flats rond het weitje wonen veel buitenlanders en het doel van dit project is de bewoners te integreren, een mogelijkheid bieden te recreëren en het geven van informatie. Dit gebeurt oa door regelmatig activiteiten te organiseren op het weitje. Het valt niet mee om de bewoners te betrekken, het gaat met vallen en opstaan, maar gelukkig worden alle inspanningen beloond en weten steeds meer mensen de weg naar het dierenweitje te vinden."

Monique Hakkenes

"Zinvol, vermoeiend en ontspannen; zo zou ik het prima georganiseerde, goed verlopen congres met het afwisselend programma willen karakteriseren. Zinvol, omdat het de organisatie is gelukt om een goede balans te vinden tussen de door op elk congres onvermijdelijke verplichte ‘officiële nummertjes’ van een goede inhoud te voorzien, diverse interessante locaties te laten bezichtigen, en vooral ruimte te bieden voor informele contacten tussen deelnemers, zoals op de meeste soortgelijke bijeenkomsten eigenlijk het meest belangrijke onderdeel.

Vermoeiend, omdat je veel indrukken opdoet, de gehele dag bezig bent, de conversatie veelal in niet in je eigen taal plaatsvindt en het verboden leek om voor middernacht en uitsluitend op vruchtensap de slaapkamer op te zoeken. En als gast past het natuurlijk niet om daar tegen te protesteren! Ontspannen was de sfeer zowel tijdens de diverse activiteiten, de lunches en de avonden. Het een beleving wanneer je in de zeer statige zaal van het Rotterdamse stadhuis wordt ontvangen met: ‘Welkom in Amsterd... .’ ! En zo kan je dag eigenlijk ook niet meer stuk wanneer je de verbouwereerde gezichten ziet van mensen langs de kant van de weg die luidkeels worden begroet door twee Engelsen die zich voor het eerst op een tandem voort trachten te bewegen. Of wanneer gedurende vijf dagen om de twee minuten een vette lach onder een blijkbaar aan het hoofd vastgegroeide Belgische hoed weerklinkt.

Tot slot een pluim op een andere hoed; op die van de talloze medewerkers die met veel enthousiasme en onverstoorbaar het programma hebben verzorgd. Want ik geef het je te doen: Je geeft een educatieve les in perfect Engels over ‘de regenworm’. Voordat je de kans krijgt om te vertellen dat je het wormpje in het doosje vooral zachtjes moet behandelen, zitten deelnemers het beestje reeds te treiteren door met potloden op het doosje te rammen, en een ander lukt het nog net niet om het te vierendelen! Maar de professionele juf was niet uit het veld te slaan. Op adequate wijze en met humor werden deze vandalen gecorrigeerd! Haar aanpak stond daarmee model voor verreweg de meeste onderdelen van het in mijn ogen zeer geslaagde congres. Chapeau!"

Hans van Ee.

home