home
European Federation of City Farms
De kinderboerderij: vroeger, nu en straks

De oorsprong van kinderboerderijen in Nederland is vergelijkbaar met die van kinderboerderijen op de hele wereld. Het begon zo'n 200 jaar geleden, toen een groot deel van de steeds groeiende plattelandsbevolking naar de steden trok. Onze voorouders trokken niet naar de stad omdat het stadsleven hen zo aansprak maar omdat ze werk zochten, in de industrie. Twee honderd jaar geleden leefde 10 % van de totale bevolking in de stad; nu is dat ruim 90 %. Deze ontwikkeling vond in geheel West Europa plaats en had ook overal dezelfde gevolgen voor de relatie tussen mens, dier en omgeving. Door de economische vooruitgang en de toenemende bevolkingsgroei in de steden was er in de stad immers geen ruimte om groenten te verbouwen of boerderijdieren te houden. Voedsel werd naar de stad gebracht en daar op speciale markten verkocht. De stadsmens groeide steeds verder weg van de herkomst van melk, vlees, wol en brood. Ook in de almaar veranderende technologische wereld van vandaag wordt deze kloof steeds groter. Deze ontwikkeling moet vooral niet onderschat worden:

  • Tegenwoordig kun je niet zomaar een boerderij binnenlopen. Dit vanwege strenge regelgeving en wetgeving om ziektes te voorkomen. Zelfs al zou het wel kunnen, dan zou je er geen verschillende diersoorten meer aantreffen. Veeteelt is een grootschalige monocultuur geworden.
  • Geïmporteerde zomergroenten en overig seizoensgebonden voedsel zijn nu het gehele jaar door verkrijgbaar. Niemand hoeft nog voedsel te conserveren voor de winter en diepvriesmaaltijden vinden overal gretig aftrek.
  • Voor veel stadsmensen is natuurbeleving hetzelfde geworden als het houden van huisdieren en het verzorgen van kamerplanten. Ze klampen zich vaak vast aan huisdieren omdat het hen goed doet. Onderzoek heeft aangetoond dat zij er inderdaad baat bij hebben, maar veel mensen gaan met dieren om alsof het mensen zijn.
  • Een recent onderzoek door jonge boeren in Europa bracht onlangs aan het licht dat kinderen o.a. denken dat katoen van schapen afkomstig is en dat er in Nederland sinaasappels verbouwd kunnen worden.

Ouders en pedagogen hebben zich al heel lang grote zorgen gemaakt over de omgeving waarin kinderen opgroeien. De steeds verder oprukkende verstedelijking biedt nauwelijks veilige en stimulerende speelruimte, om nog maar niet te spreken van enig contact met de natuur. In de zeventiger jaren werd de behoefte om een beetje natuur naar de stad te halen steeds groter en zo ontstond de 'stadsboerderij', 'speelboerderij' of 'kinderboerderij'.

Wat verstaan we onder het begrip kinderboerderij?

'Een kinderboerderij is een plek waar kleinschalige landbouw en veeteelt plaats vindt. Je kunt er kennismaken met natuurlijke kringlopen. Op een kinderboerderij zie je ook dat dieren geen verklede mensen zijn maar unieke wezens met unieke behoeften'. Deze omschrijving is slechts heel algemeen en zeker niet overal en altijd toepasbaar. Er zijn ook mensen die er heel anders over denken:

  • Omdat de naam 'kinderboerderij' niet meer uit te roeien lijkt, zien veel mensen de kinderboerderij uitsluitend als een voorziening voor kinderen, niet voor volwassenen.
  • Veel boeren zijn terecht van mening dat kinderboerderijen geen goed beeld geven van de echte landbouw en stellen dat een bezoek aan een echt landbouwbedrijf beter zou zijn.
  • Menig ecoloog heeft moeite met de wijze waarop dieren op een kinderboerderij worden gehouden. Zij vinden dat het niets te maken heeft met natuurlijke ecosystemen. Kinderen zouden daardoor de natuur wel eens kunnen gaan zien als één grote dierentuin, waar naar believen uit geoogst kan worden.

Hoe dan ook, feit blijft dat er in Nederland zo'n 300 kinderboerderijen zijn, die samen goed zijn voor ongeveer 15 miljoen bezoeken per jaar. Welke andere recreatieve voorziening kan bogen op zulke bezoekersaantallen?

Wat maakt een kinderboerderij zo aantrekkelijk voor bezoekers ?

Het succes van een kinderboerderij is gebaseerd op een aantal basiselementen:

  • Het gebouw ziet er vaak uit als een boerderij. Tenminste, dat vinden de meeste stadsmensen.
  • De meeste bezoekers komen voor de dieren. Vaak worden er dieren van zeldzame rassen gehouden. Het contact ermee is essentieel. In een dierentuin is dat niet mogelijk.
  • De groene omgeving is ideaal voor recreatie.
  • Meestal is de kinderboerderij makkelijk te bereiken en is de toegang gratis.
  • Vaak is er een speeltuin of zijn er elementen als een zandbak of klimrekken.
  • Op veel kinderboerderijen worden regelmatig publieksactiviteiten georganiseerd.
  • Een kinderboerderij is een zeer laagdrempelige ontmoetingsplek. Er is altijd wel iets om over te praten; de dieren, de kinderen of het weer.
  • Voor veel mensen is de kinderboerderij een vraagbaak over huisdieren of planten.

Uiteraard zijn bovenstaande elementen bij elk van de 300 kinderboerderijen in Nederland in meerdere of mindere mate aanwezig. Kinderboerderijen in Nederland zijn immers zeer verschillend. Zij variëren van dierenweides met schuilgelegenheid tot en met grote complexen met tal van voorzieningen. Wel brengen ze allemaal hun bezoekers in aanraking met dieren, de natuur, hun omgeving en met elkaar.

Wie zijn de bezoekers van kinderboerderijen en wat willen zij?

Mensen hebben een speciale verwachting als zij naar de boerderij gaan. De een wil er gewoon rondkijken, de ander wil er iets doen.

  • Peuters en kleuters vinden het prachtig dingen te onderzoeken. Fantasie en werkelijkheid lopen bij hen door elkaar heen. Ze vergelijken hun eigen gedrag met dat van de dieren.
  • Wat oudere kinderen willen letterlijk en figuurlijk weten wat er achter of onder de dingen zit die ze tegenkomen.
  • Vanaf de leeftijd van 9 à 10 jaar is de kinderboerderijomgeving des te boeiender omdat je er iets mee kunt: een boom is om in te klimmen of een hut in te bouwen. Het verzorgen van dieren is hetzelfde als met je vriendjes omgaan.
  • Vanaf de leeftijd van 11 à 12 jaar beginnen kinderen belangstelling te krijgen voor het gedrag van dieren. Ze zien dat biggen spelen, ganzen elkaar begroeten en dat de kloek haar kuikens verdedigt.
  • Tieners hangen graag rond op hun eigen plekje waar ze privacy willen. Ze willen eigenlijk behandeld worden als volwassenen. Ze zijn wel geïnteresseerd in het gedrag van mens en dier.
  • Veel volwassenen komen naar de boerderij omdat ze kleine kinderen hebben of omdat ze er gewoon even uit willen zijn.
  • Mensen met een verstandelijke handicap vinden op een boerderijproject bij een instelling een zinvolle structurele daginvulling of willen er gewoon tot rust komen.

De kinderboerderij, de plek bij uitstek voor gerichte natuur- en milieu educatie

Op een kinderboerderij hoef je niets en mag je veel. Je verwacht er geen akelige dingen als vervuiling, bedreigde diersoorten of zure regen. Bezoekers komen voor hun plezier en als dat plezier vergald wordt door vermanende 'educatie', zie je ze waarschijnlijk nooit meer terug. Door de laagdrempelige en recreatieve sfeer staat jong en oud open voor nieuwe indrukken, informatie en communicatie. Dat maakt een kinderboerderij zeer geschikt voor educatie. Mensen raken geïnteresseerd in dieren en planten en leren er mee om te gaan. Zij worden zich van veel zaken bewust waardoor ze ook gaan nadenken over milieubewuste keuzes. Dat is natuur- en milieueducatie in optima forma!

Hoewel informatie en educatie veel op elkaar lijken, is er toch een wezenlijk verschil. Met informatie verschaf je kennis. Met educatie wil je een gedragsverandering bewerkstelligen. Goede educatie is niet alleen afgestemd op leeftijd en niveau van de mensen die je wilt bereiken, maar ook op de wijze waarop mensen de kinderboerderij bezoeken. Individuele bezoekers komen zoals het hen uitkomt en scholen komen meestal op afgesproken tijden.

  • Veel boerderijen bieden een schoolprogramma. De nadruk daarbij ligt op 'leren door te doen'. De activiteiten worden meestal begeleid door een medewerker van de boerderij, maar er bestaan ook zogenaamde zelf-doe lessen. Deze lessen worden door de leerkracht zelf gegeven. De voorbereiding gebeurt op de boerderij of middels speciale lesbrieven. Boerderijlessen voor jonge kinderen zijn gebaseerd op hun belangstelling voor levende dieren. Konijnen en cavia`s zijn daarbij favoriet. Die bewegen, maken geluid en voelen warm en zacht. De kinderen willen voeren en knuffelen. Bij deze leeftijdsgroep 'leeft' de 'groene' natuur nog niet echt, maar activiteiten als snuffelen in de speciale snuffeltuin en proeven in de boomgaard, blijven lang in herinnering. Kinderen van 7 tot 13 jaar die opgezadeld worden met wereldwijde milieuproblemen, trekken zich die problemen aan en raken van slag. Zij kunnen er immers niets aan veranderen. Zij willen iets tot stand brengen, ergens aan meehelpen. Kaasmaken, broodbakken, dierverzorging, tuinieren of hergebruik van materialen sluiten hier goed op deze wens aan. Natuur- en milieueducatie moet vooral leuk zijn en niet te ver van hun bed.
  • Naschoolse activiteiten kunnen bestaan uit clubwerk. De mogelijkheden voor de verschillende leeftijden zijn legio, zoals een tuinclub, een geitenclub, een ezelclub, een wolclub of een club die een boerderijkrant verzorgt. Voor pubers houdt de belangstelling voor de kinderboerderij meestal op zodra er vriendjes en feestjes in beeld komen. Jaren later zie je ze weer: met hun eigen kinderen.Toch is het mogelijk ook pubers betrokken te houden bij de kinderboerderij. Ze vinden het leuk om verantwoordelijkheid te dragen en geven graag leiding aan jongere kinderen. Een aantal kinderboerderijen stimuleert dit door onderdak te bieden aan groepen als de Rangers van het Wereld Natuur Fonds, de Scouting, Kids for Animals of een Eco Kids-groep.
  • De tijd dat volwassenen kinderen 'leenden' om een legitiem excuus te hebben voor een bezoek aan de kinderboerderij, is voorbij. Veel volwassenen hebben de weg naar de kinderboerderij al wel gevonden. Zij genieten van de dieren en de planten. Ze zien hoe er mee wordt omgegaan en steken daar onbewust veel van op. Het aantal volwassenen op de boerderij neemt toe als er regelmatig iets voor volwassenen te doen is zoals lezingen en tentoonstellingen. De stap naar vrijwilligerswerk is van daaruit ook niet meer zo groot. Menig boerderijwinkel wordt gerund door vrijwilligers en veel volwassenen vinden het leuk een cursus op te zetten of een vakantieprogramma te organiseren.
  • Op veel kinderboerderijen worden regelmatig thematische open dagen en kleinere activiteiten georganiseerd. Er zijn veel mogelijkheden: het graan kan worden geoogst, gedorst, gemalen en verwerkt tot brood. Fruit kan verwerkt tot jam of sap. Er kan kaas en boter gemaakt worden van de melk van de koe of de geit. Er is voor iedereen wel iets te doen, te beleven of te bekijken. Zo worden bezoekers van alle leeftijden op hun eigen niveau erbij betrokken. Dat schept een band. Bijkomend voordeel voor de kinderboerderijen is de publiciteit rond de activiteiten. De door de SKBN gecoördineerde publiciteit rond het Nationale Kinderboerderijweekend leidt jaarlijks tot grote bezoekersaantallen.
  • Op een kinderboerderij kunnen bezoekers zien hoe dieren verzorgd moeten worden. Ook op milieugebied valt er het een en ander op te steken. Op veel kinderboerderijen wordt gebruik gemaakt van zonne-energie en er wordt afval gescheiden. Er wordt gebruik gemaakt van compostbakken. Op een kinderboerderij zie je hoe mooi een wilde tuin kan zijn.
  • Kinderen staan vaak te popelen om mee te helpen, met name bij de verzorging van de dieren. Heel veel volwassenen beleven veel voldoening aan het werk dat zij als vrijwilliger op de boerderij verzetten. Iedere helper is er bij betrokken. Ze leren waar hun voedsel vandaan komt, hoe kwetsbaar het boerenbestaan is, welke gevolgen de landbouw heeft voor het milieu en hoe afhankelijk planten zijn van zon en water. Zij ervaren als het ware aan den lijve dat ook zij zelf deel uit maken van deze levenscyclus.

De kinderboerderij van de toekomst

Onze samenleving verandert in een snel tempo. De kinderboerderij verandert mee.

  • Langzaam is het besef doorgedrongen dat de kwaliteit van onze toekomst alles te maken heeft met de mate waarin we er met elkaar in slagen om een duurzame samenleving te creëren. De overheid ziet het lokaal, nationaal en internationaal als haar taak om hierin een stimulerende rol te vervullen. Belangrijk zijn onderzoek, wet- en regelgeving, het scheppen van randvoorwaarden, het geven van voorlichting en het geven van het goede voorbeeld. De kinderboerderij, die zo nadrukkelijk met de directe leefomgeving is verbonden, is de plek bij uitstek om de burgerij bij de verandering naar een duurzame samenleving te betrekken.
  • Onderzoek heeft aangetoond dat binnen tien jaar 50% van de Nederlandse bevolking ouder zal zijn dan vijftig jaar. Het aantal jonge gezinnen zal beduidend kleiner zijn dan nu het geval is. Kinderboerderijen zullen een nog grotere rol gaan spelen bij de vrijetijdsbesteding. Ook het aantal gepensioneerden en vervroegde uittreders zal groter zijn dan nu het geval is. Veel van die mensen zullen willen blijven deelnemen aan de samenleving. Middels opleiding, vorming en training zal tegemoet gekomen worden aan de wensen van de moderne vrijwilliger, waardoor een kinderboerderij nog meer hoogwaardige activiteiten zal kunnen ontplooien
  • Gezondheid en welzijn voor mens en dier hebben gevoelsmatig te maken met de natuur. Ook een kinderboerderij wordt geassocieerd met de natuur en het buitenleven en derhalve met gezondheid. Zaken als gezonde voeding, een gezonde levensstijl en respectvol omgaan met het leven zullen nog meer via kinderboerderijen naar de burger gecommuniceerd worden.
  • Kinderboerderijen gaan hoe langer hoe meer samenwerken met andere organisaties. Samenwerking biedt veel mogelijkheden iets te bereiken. Daarnaast zal er op de kinderboerderij nog meer te zien en te beleven zijn. Te denken valt aan samenwerking met groene organisaties zoals het IVN, de bijenvereniging, een volkstuinvereniging of aan buitenschoolse opvang of een Wereldwinkel.
  • Onze samenleving wordt nog multicultureler. Het proces van inburgering van nieuwe Nederlanders kan door het deelnemen aan activiteiten op een kinderboerderij versneld worden.

Tot slot:

De kinderboerderij van de 21e eeuw heeft alles mee om uit te groeien tot een voorziening met een zeer breed pakket aan mogelijkheden om het maatschappelijk belang te dienen in een samenleving waarin de begrippen duurzaamheid en milieubesef steeds belangrijker worden. De kinderboerderij is meer dan een verzameling dieren in een wei.

Pauline Wolters

Stichting Kinderboerderijen Nederland (SKBN)
Postbus 337
3990 GC Houten
Tel. 030 - 6382423
Fax 030 - 6364653
e-mail skbn@planet.nl

home