|
De Educatieve Boerderij in de wijk Daalhof in Maastricht heeft een schoolprogramma dat bestaat uit verschillende lessen voor diverse nivo's. Iedere les is een "doe-les" waarbij de kinderen al ontdekkend kennis en ervaring opdoen. Een les bestaat voor het grootste gedeelte uit praktische opdrachten: 'Leren door te doen'. Er zijn twee leslokalen beschikbaar zodat er steeds twee lessen, elk voor een periode van ongeveer zes weken mogelijk zijn. Een les duurt 1,5 tot 2 uur. In het verleden werden deze lessen altijd verzorgd door educatief medewerkers. De eerste zelfdoeles in de huidige vorm werd in de herfst van 1992 geïntroduceerd. Er kunnen verscheidene redenen zijn om over te gaan op zelfdoelessen. Voor de boerderij in Daalhof waren de belangrijkste redenen dat de educatief medewerkers meer tijd ter beschikking kregen om nieuwe activiteiten te ontwikkelen in plaats van keer op keer weer dezelfde activiteit zelf uit te voeren (lesboer zijn). Daarnaast raakt een leerkracht meer betrokken bij een activiteit.
In het begin was het niet eenvoudig om leerkrachten ervan te doordringen dat hun relatief passieve rol op de boerderij ging veranderen in een wel bijzonder actieve rol. Dit is één van de redenen waarom niet meteen elke les in een zelfdoe les is omgezet. De andere redenen mogen duidelijk zijn: de omschakeling kan niet ineens gerealiseerd worden en bovendien nemen evaluatie en bijstelling ook de nodige tijd in beslag. Nu is bij de leerkrachten genoegzaam bekend dat het aantal door educatief medewerkers begeleide lessen beperkt is en dat de honorering hiervan mede afhangt van hun enthousiasme ook op zelf doe lessen in te schrijven.
Naast de lessen, zijn er ook zelf doe activiteiten waarvoor geen leslokaal nodig is. Die activiteiten zijn bedoeld om een "zomaar" bezoek aan de boerderij meer inhoud te geven zoals Rondje Boerderij (voerspeurtochten voor peuters en kleuters) en de Kijk en Doe observatiekaarten (groep 5,6).
De meeste zelfdoe lessen zijn bedoeld voor de lagere leeftijdsgroepen. Het zijn echte kennismakingslessen waarbij diepgaande kennis over de dieren voor de kinderen niet relevant is. De lessen worden ook gebruikt t.b.v. jeugdgroepen tijdens vakantie programma's. Zelfdoe lessen voor andere nivo's zijn in voorbereiding. Uiteraard mag het fenomeen zelfdoe-les geen concessie doen aan kwaliteit en daarom zal er ook altijd een aantal lessen door medewerkers begeleid blijven worden.
Uitgangspunten
Er kan niet van een leerkracht verwachten worden dat die een expert wordt op het gebied van het kinderboerderijwerk of van dieren. De meeste leerkrachten hebben gewoon de tijd niet om een les zo voor te bereiden dat ze hier ook maar aan kunnen tippen. Maar daar staat tegenover dat hij wel een expert op z'n eigen terrein is (of in ieder geval zou moeten zijn): het lesgeven aan kinderen. Om een leerkracht vertrouwd te maken met de onbekende omgeving en het onderwerp moet men zich in de positie van de leerkracht kunnen verplaatsen: " Wat kan (durf) ik ", "zullen de kinderen het leuk vinden en er iets van leren" maar ook "waar heb ik een vreselijke hekel aan?". Het is voor de leerkracht pas voor herhaling vatbaar als alles goed is verlopen en het ook nog eens heel leuk is geweest.
De doelstelling en de indeling van de les
Bij de bepaling van de doelstelling is het van belang dat die ook op een duidelijke en praktische manier gerealiseerd kan worden. Maak gebruik van reeds bestaande goede ideeën zodat niet steeds het wiel hoeft te worden uitgevonden. Een bestaande les kan omgebouwd worden tot een zelfdoeactiviteit maar een volstrekt nieuwe les is ook mogelijk. Verdeel de les in kleine onderdelen zodat de leerkracht het gevoel blijft houden alles onder controle te hebben. Daarbij is een een tijdsindeling onontbeerlijk. Een leslokaal kan met behulp van posters sfeervol op het thema ingericht worden. Maak gebruik van vrolijke kleuren maar maak er geen bonte kermis van. Teveel kleur en teveel verschillende diersoorten in het leslokaal hebben een onrustige invloed op kinderen. Bescherm de dieren tegen al te veel "ontdekkend leren". Een eenvoudige en goed voorbereide inleiding is van invloed op het resultaat van de praktische opdrachten. Als de verschillende opdrachthoekjes herkenbaar ingericht zijn dienen ze ook als geheugensteuntjes tijdens de inleiding. Dia's met relevante informatie kunnen de inleiding verduidelijken maar dit moet eigenlijk niet langer duren dan 15 20 minuten. Probeer de teksten bij de dia's in vragende vorm te stellen; dit houdt de aandacht van de kinderen beter vast. Houd de opdrachten in de opdrachtplekjes eenvoudig en overzichtelijk d.m.v. korte vragen en instructies. Voor de kinderen die kunnen lezen en schrijven kunnen opdrachtboekjes gebruikt worden die tevens als leidraad bij het eindgesprek kunnen dienen. Een opdrachtenboekje dient duidelijke instructies met een minimum aan tekst te bevatten. Gebruik een kindvriendelijk lettertype. Multiple choice vragen besparen tijd en houden de aandacht beter vast dan veel schrijfwerk . Laat, in geval van twijfel, de educatieve waarde van de les door anderen toetsen. Laat de les altijd doornemen op taalgebruik. Maak een compleet draaiboek van de les en maak overal foto's van. Bij een volgende keer bespaart dit veel inrichtingstijd..
Voorbereiding door de leerkracht
Een overzichtelijke lesbrief voor de leerkracht is onontbeerlijk. Bij het doorbladeren ervan dienen doelstelling en werkwijze er al direct uit te springen. Een lesbrief kan als volgt worden ingedeeld:
- beschrijving van de doelstelling van de les
- de inhoudsopgave van de lesbrief
- suggesties voor de voorbereiding op school (eventueel incl. voorbereidende werkbladen)
- het lesverloop (incl. tijdsindeling)
- een plattegrond van het leslokaal of boerderij met de benodigde dieren en materialen
- suggesties voor de inleiding door de leerkracht of een diaserie
- de begeleidende tekst bij de dia's
- de beschrijving van het verloop van de praktische opdrachten of een opdrachtenboekje
- suggesties voor de bespreking van de opdrachten met de kinderen aan het einde van de les
- achtergrondinformatie over het onderwerp voor de leerkracht, aansluitend op de verdere verwerking op school
- informatie over de dieren in de les en vooral hoe ze gehanteerd dienen te worden; illustraties zijn duidelijk dan tekst
- suggesties voor verdere verwerking op school (incl werkbladen)
- algemene praktische informatie ( zoals boerderijregels, openingstijden, contactpersonen)
Bedenk dat een leerkracht meer aan zijn hoofd heeft dan alleen een zelfdoeles op een kinderboerderij. Beperk daarom de lesbrief tot de meest noodzakelijke informatie en deel die overzichtelijk in. Verhelderende tekeningen nodigen uit tot lezen. Het gaat er om de docent ervan te overtuigen dat hij geen diepgaande studie hoeft te verrichten en dat de informatie, de eventuele dia's en duidelijke instructies hem gemakkelijk door de les zullen loodsen. Bereid de leerkracht ook voor op onverwachte dingen zoals plassende en poepende dieren. Voor de kinderen kan het dan natuurlijk niet meer stuk. Een daarop voorbereide leerkracht kan de situatie sneller weer onder controle krijgen. Geef duidelijk aan dat de leerkracht van te voren geinstrueerde ouders of andere vrijwilligers moet meenemen omdat de opdrachten in vijf of zes kleine groepjes worden uitgewerkt. Last but not least moet er in de lesbrief duidelijk te worden aangegeven dat de leerkracht altijd van te voren op de boerderij terecht kan om zich voor te bereiden of om (meer) vertrouwd te raken met de dieren. Daarnaast moet een leerkracht er van uit kunnen gaan (en dus in de lesbrief kunnen lezen) dat hij tijdens de les een beroep kan doen op de boerderijmedewerkers, mocht dat nodig zijn.
Voorbereidingen op de boerderij
Een checklist voor de voorbereiding (zoals klaarzetten dieren en materialen) is absoluut noodzakelijk. Als er iets vergeten wordt, moet de leerkracht de groep alleen laten om iemand te zoeken of meer gaan improviseren dan hem lief is. Een haperende projector of dia's die ondersteboven in het apparaat zitten, zijn natuurlijk geen ramp maar kunnen wel een vervelende stempel drukken op een zelfdoeles .
Een vrolijk informatiehoekje in het leslokaal nodigt de leerkracht uit om verwerkingsmateriaal (werkbladen) mee te nemen voor verder gebruik op school. Ook andere zelfdoelessen kunnen daar worden aangeprezen.
De dieren moeten absoluut tam zijn. Voor een dierverzorger is een tegenstribbelend konijn of een angstige cavia geen probleem maar de gemiddelde leerkacht moet daar niets van hebben. Natuurlijk dienen de dieren ruim en schoon gehuisvest te zijn. Als er in de lesbrief beloofd wordt dat er altijd een beroep kan worden gedaan op een medewerker moet die ook echt in de buurt zijn.
Tot slot
De indruk kan ontstaan dat deze activiteiten veel tijd besparen. Dat gaat slechts ten dele op en wel voor de educatief medewerker. De lessen hebben wel degelijk invloed op het werk van andere boerderijmedewerkers. Zij dienen goed geïnformeerd te zijn omdat, afhankelijk van de omstandigheden, ook zij de les moeten voorbereiden, het lokaal klaar moeten zetten of, indien nodig de leerkracht moeten helpen. Scholing op educatief gebied en andere indeling van de werkzaamheden zijn aandachtspunten. Het is zaak hier goede afspraken over te maken.
Vertaling en aanpassing van "Self-guided school-activities at the city farm", EFCF-congres 1996 te Maastricht.
|